Utrechtse Kronieken
sleutels tot de Utrechtse geschiedenis

Bellum Traiectinum

1525-1528

Kroniek Vrouwenklooster

Signatuur: UBU 796 (6 E 32)
Datering: 1539
Typering: Beschrijving van de oorlogshandelingen in en om Utrecht ten tijde van de Gelderse Oorlogen (jaren twintig van de zestiende eeuw), die ertoe leidden dat de Utrechtse bisschoppen de wereldlijke macht moesten overdragen aan Karel V.

De kroniek

Bellum Traiectinum bevat een ooggetuigenverslag van de Utrechts-Gelderse oorlog van 1525-1528. De oorlog tussen hertog Karel van Gelre en elect-bisschop Hendrik van Beieren (1487-1552), die uiteindelijk uitliep op de secularisatie van Utrecht. Na de dood van bisschop Philips van Bourgondië-Blaton in 1524 hadden de kapittels en de stad Utrecht Hendrik van Beieren als nieuwe bisschop aangewezen, hij werd echter niet tot bisschop gewijd. Een jaar later ontstonden er bestuurlijke problemen, wat resulteerde in een oproer waarbij het stadsbestuur werd afgezet en vervangen door een nieuw bestuur waarin de gilden veel invloed hadden. In reactie hierop ontstond in 1526 een tegenbeweging van kanunniken, ridders en voormalige bestuurders. Het leidde uiteindelijk tot een straatgevecht waarna het gildenbestuur werd vervangen door een bestuur dat Hendrik van Beieren niet langer als landsheer erkende en koos voor hertog Karel van Gelre. Hendrik van Beieren zocht daarop steun bij keizer Karel V, die alleen wilde helpen als Hendrik zijn wereldlijke macht zou afstaan. Uiteindelijk stemde Hendrik hier mee in en in november 1527 werd het verdrag van Schoonhoven getekend. Een jaar later vond de officiële overdracht plaats en kwam een einde aan de landsheerlijke macht van de Utrechtse bisschop.

De auteur

Over de achtergrond van de auteur bestaat enige onduidelijkheid. De auteur heet Hendrik van Bommel (Latijn: Henricus Bommelius), maar er zijn in Utrecht in de jaren twintig van de zestiende eeuw waarschijnlijk twee personen geweest met deze naam. Ten eerste is er de Utrechtse monnik van het Sint-Hiëronymusklooster die tevens rector was van het Magdalenaconvent en in 1542 overleed. En daarnaast is er een Hendrik van Bommel (ca. 1498-1570), van wie tegenwoordig wordt aangenomen dat hij de auteur van de Bellum Traiectinum was. Hij was afkomstig uit Zaltbommel en genoot zijn opleiding in Deventer en Keulen. In 1522 werd hij tot priester gewijd. Toch was hij al vroeg een bewonderaar van Luther, hoewel hij zijn eigen weg volgde. Hij schreef diverse theologische werken, waaronder Summa der godliker schrifturen (1523), het eerste geschrift dat in 1524 als ketters werd bestempeld en verboden. Mogelijk verbleef deze Van Bommel vanaf omstreeks 1526 in een fraterhuis in Amersfoort of Utrecht. Zo was hij getuige van de Utrechts-Gelderse oorlog. Vanwege zijn reformatorische inzichten verliet hij in of vlak voor 1536 Utrecht en preekte hij over het hervormde geloof in ’s-Hertogenbosch, Kleef en Meurs. Nadien was hij nog predikant in Wezel (1553-1559) en Duisburg (1560-1570). Hij huwde waarschijnlijk in 1540 en had een zoon genaamd Eliseus.

Het handschrift

Bewaarplaats UBU
Signatuur 6 E 32
Voormalige signatuur Hist. 172
Catalogusnummer 796
Datering 16e eeuw
Materiaal Papier
Afmeting 290 X 215 mm
Boekblok/binding 39 pp.
Band Twee aan elkaar geplakte pagina’s van één oude druk.
Opmerkingen Aantekeningen in de marge door Gijsbert Lapp van Waveren.

Overlevering

Gijsbert Lap van Waveren (ca. 1595-na 1648), die de hier gepresenteerde versie van de Bellum Traiectinum in bezit had, getuige een aantekening op folio 1r (Ex bibliotheca Gisberti Lappii a Waveren icti Ultraiectini’) gaat er nog van uit dat de auteur broeder in het Hiëronymusklooster was. Hij schreef op het handschrift: ‘Henricus de Boemel frater domus Sancti Hieronymi in Traiecto et rector sororum Beatae Mariae Magdalenae, ibidem obiit anno 1542, ad Beatam Magdalenam sepultus. Legit Lappius in cod. Ms. qui olim pertinuit ad dictum Bommelium, ex cuius indicio Joannes Valerius Andreas Desselius Henricum Bommelium bibliothecae Belgicae inseruit et discrimen inter hunc Henricum Bommelicum at alium Henricum Bommelicum ecclesiastem Weseliensem propalam fecit.

Na de dood van Lap van Waveren kwam het handschrift in bezit van Cornelis Booth (1605-1678) en in de negentiende eeuw had Jacobus Anne Grothe (1815-1899) het in bezit. Hij schonk het handschrift aan de Universiteitsbibliotheek van Utrecht.

Van de Bellum Traiectinum zijn meerdere versies bekend. Naast de versie uit de bibliotheek van Lap van Waveren, is er een versie die is opgenomen in Germanicarum historiarum illustratio nunc primum excusa. Dit werk is door Gerard Geldenhauer (1482-1542) in 1542 in Marburg gedrukt (waarschijnlijk postuum) en bevat meerdere historische werken. Bellum Traiectinum vormt evenwel het hoofdbestanddeel van het boek. Deze versie bevat zeven extra passages waarin de gebeurtenissen in Utrecht gekoppeld worden aan gebeurtenissen uit de Oudheid. De negentiende-eeuwse editeur van de Bellum Traiectinum, B.J.L. de Geer, vermoedt dat deze passages door Geldenhauer zijn toegevoegd. Lap van Waveren heeft de editie van Geldenauer ook onder ogen gehad, aangezien hij enkele regels van een van de ontbrekende passages heeft toegevoegd. Verder zijn er nog twee handschriften, een in Hamburg (stadsbibliotheek Offenbach) en een in Rome (Vaticaan). Onbekend is hoe de verschillende versies zich precies tot elkaar verhouden. Voor de negentiende-eeuwse editie van De Geer is uitgegaan van de editie van Geldenhauer, waarbij de De Geer ook het handschrift uit de collectie van Lap van Waveren heeft betrokken.

Literatuur en edities

  • Aa, A.J. van der, Biografisch Woordenboek der Nederlanden, 2-1, 816.
  • Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, dl. 2 (1983) 76-78.
  • Bomelius, Henricus, ‘Bellum Traiectinum inter Gelriae ducem Carolum et Henricum Bavarum episcopum Ultrajectinum’, in: G. Geldenhouwer (red), Germanicarum historiarum illustratio nunc primum excusa (Marpurgi 1542) 30-55 [41r-65 [8o]].
  • Geer, B.J.L. de, (red.), ‘Henrico Bomelio, Bellum Trajectinum’, Werken van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, nieuwe serie nr. 28 (Utrecht 1878) iii-xxxii, 9-81.
  • Geldenhauer, Gerard, Historische werken (Hilversum 1998).
  • Hazewinkel, H.C., ‘Voor 400 jaar’, Jaarboekje van Oud-Utrecht (1928) 47-87.
  • Knipscheer, F.S., Hendrik van Bommel, kerkhervormer in Nederland en de Rijnlanden (s.l., 1955).
  • Kronijk van het Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, 12 (1856) 32-34.
  • Lohse, B., Die historischen Handschriften der Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg, Cod. Hist. -100 (Hamburg 1968) (=Katalogen der Staats- und Universitätsibliothek Hamburg, 5) 18-19.
  • Muller Fzn., S., Lijst van Noord-Nederlandsche kronijken, met opgave van bestaande handschriften en litteratuur. Werken Historisch Genootschap nieuwe reeks no 31 (Utrecht 1880) 41.
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, I, 397-398.
  • Tiele, P.A., en A. Hulshof, Catalogus codicum manuscriptorum Bibliothecae Universitatis Rheno-Trajectinae. I. (Utrecht 1887-1909) 204 (nr. 796).
  • Weiler, A.G.,Volgens de norm van de vroege kerk. De geschiedenis van de huizen van de broeders van het Gemene Leven in Nederland (Nijmegen 1997) 164.
  • Wind, S. de, Bibliotheek der Nederlansche geschiedschrijvers. Of oordeelkundig overzigt der inlandsche geschiedschrijvers der Nederanden, van de vroegste tijden af tot den jare 1815, voor zoover dezelve zijn uitgegeven (Middelburg 1835) 142-143.

Colofon

Transcriptie: Carla de Glopper
Inleiding en eindredactie: Rolf de Weijert

Kronieken