216 Domkapittel te Utrecht ( Het Utrechts Archief )
216
Domkapittel te Utrecht
Inleiding
laatste wijziging 04-12-2025
12.533 beschreven archiefstukken
9.603 gedigitaliseerd
totaal 241.080 bestanden
Inventaris
Op 26 oktober 1674 is de Grote Kamer gemachtigd om geld te lichten tot betaling van de ongelden, wat mogelijk samenhangt met het pas op 27 november 1674 door de Staten formeel genomen besluit, dat de ingezetenen die vóór januari de achterstallige oudschild- en schellinggelden tot 1669 incluis betaalden, kwijtschelding zouden genieten van de ongelden over 1670. Een nader besluit, van 12 april 1675 (zie Groot Placaatboek dl. II, p. 502), schonk aan degenen, die achterstallig oudschildgeld tot 1671 incluis en het huisgeld tot 1674 incluis betaalden, kwijtschelding van oudschildgeld- en schellinggeld over 1672-1674. Ook dit in besluit is alleen sprake van eigenaars. De eerste rekeningen van de ongelden zijn door Johannes Simonides a Nijs, tevens Klein kameraar, die ze kweet, behalve met de bovengenoemde bijdragen van bruikers, met de hem door de Grote kameraar verschafte sommen (zie de verantwoording van deze in nr. 702-15). De rekeningen door J.S. a Nijs lopen tot 1677, tot 1680 en tot 1681 incluis. Het slot van zijn derde rekening is overgebracht in die van de Kleine Kamer, maar daarna is het te vin-den in die van de Grote Kamer (Fabriek), van 1685 af, hetgeen samenhangt met het beheer van de ongelden door de Grote kameraar. De vierde rekening in de band door Johan du Molin loopt tot 1685 incluis. De volgende door Marten Meerman zijn jaarrekeningen, behalve die over 1687-1688, die zijn samengevat. Zie voor de rekeningen van de ongelden na 1700 nrs. 702-92-702-109.
216 Domkapittel te Utrecht
2118-2118
Acquitten bij de rekeningen van de ongelden, 1670-1809
Datering:
1670-1809
NB:
Niet volledig. De acquitten zijn doorgaans geliasseerd, maar van enkele jaren zijn ze verloren gegaan of is dit bijna het geval. De jaartallen van de aanslagbiljetten wijken, vooral in de eerste tijd, dikwijls van die van de rekening af.
Omvang:
118 pakken en 2 stukken
Organisatie: Het Utrechts Archief
laatste wijziging 15-01-2025
6 gedigitaliseerd
totaal 1.006 bestanden
Oorspronkelijk betroffen het 17 chronologisch geordende pakken, aangeduid met subnummers 1-17, Later zijn met het oog op de omvang de betreffende pakken door middel van een alfabetische onderverdeling (-a, -b enzovoort) nader onderverdeeld in 49 portefeuilles. In 2003 is besloten, gelet op de materiële aard van de acquitten, om de alfabetische onderverdeling te herzien en de stukken per jaar in te delen.
De relaties tussen de oorspronkelijke numerieke subnummering (1-17) en de bijbehorende dateringen zijn gehandhaafd. Aan de ordening van de acquitten in nrs. 2118-1-a-2118--1-g lag wisselend het jaar van heffing en het jaar van kwijting ten grondslag. Er is besloten om deze stukken te herordenen op basis van het (laatste) jaar van kwijting. De ordening van de acquitten vanaf nr. 2118-1-h volgt de rekeningen. Tot en met nr. 2118-12-e ligt het jaar van heffing ten grondslag, vanaf 2118-12-f het jaar van kwijting, vervolgens vanaf 2118-14-a het jaar van heffing.
laatste wijziging 04-12-2025
12.533 beschreven archiefstukken
9.603 gedigitaliseerd
totaal 241.080 bestanden
Bijlage
laatste wijziging 04-12-2025
12.533 beschreven archiefstukken
9.603 gedigitaliseerd
totaal 241.080 bestanden
Kenmerken
Datering:
1220-1811
Toegangstitel:
Inventaris van het archief van het kapittel van de Dom te Utrecht (722) 1220-1811 (1841)
Auteur:
K. Heeringa
Datering toegang:
1929
Datering bewerking:
2003
Openbaarheid:
Volledig openbaar
Rechtstitel:
Overbrenging van een overheidsarchief
Omvang:
942 charters; 124 bladen kaarten; 22 bladen tekeningen; 170,28 m
Licentie:
Rubrieken:
laatste wijziging 04-12-2025
12.533 beschreven archiefstukken
9.603 gedigitaliseerd
totaal 241.080 bestanden
Mijn Studiezaal (inloggen)


Creative Commons (CC BY 4.0)