/ 247
vorige
NL-UtHUA_A100819_000190.jpg
 
NL-UtHUA_A100819_000190.jpg x
Transcriptie x
huys, ende heeft een gevonden op den ouden dijck staende,
daer eertijts de Lecke plach bij te loopen. Ende
dat gecocht ende affgebroken sijnde, heeft het
naerder de kerck doen stellen mit consent des
pastoors ende buyren, ende dit was wel 70
voeten lanck. Twelck als sij hadde laten onder-
scheijden met horden, in forme van cellekens,
is daerin gaen wonen met de drie voorscreven
susterkens. Van dewelcke de oudste was ge-
naempt Dieu die sij stelde als procuraetster,
ende d’ander Jan Aertsdochter van Baeck ende de
derde Lijsbet van Giffen. Maer Buijs bleeff
binnen Utrecht ende was dese susteren seer toe-
gedaen, ende bestelde haer al dat sij van node had-
den. Doch sterft corts daernae anno 1429, alle
haer goet de susteren latende. Als dan Beatrix
Jacobsdochter oock hadde een geestelick habijt aenge-
togen ende, tselfde siende, een dochter van Isselstein,
Geertruyt Marten Breyls dochter heeft meede
versocht ontfangen te worden, des sijn sij vijff
sterck geweest. Waernae suster Hadwich mater
van Almkerck, in groote armoede sijnde, die uyt
het clooster van Onser Vrouwe tot Amsterdam
daer gebrocht was; dese heeft met haer gebracht:
suster Lutgard Jansdochter, suster Lijsbet Gerrit van
Ganswijck dochter, Margriet Rutger van Wiels dochter, suster
Heyltgen Jacobsdochter, suster Claertgen Gerritsdochter van
Geertrudenberch, Beatrix Jan Borchgreven dochter van
Almkerck. Ende die daer latende, is gereijst
naer Utrecht, ende haestelick weder comende heeft
meede gebracht een slemighe suster van Sint-Nicolas
Vertaling x
huis gezocht en er een gevonden dat op de oude dijk stond, waar vroeger de Lek langs stroomde. Nadat ze het had gekocht en met instemming van de pastoor en de buren had laten afbreken, heeft ze het dicht bij de kerk laten herbouwen en het was wel zeventig voet lang. Nadat ze het met gevlochten schermen had doen indelen in kleine cellen, is ze daar gaan wonen samen met drie voornoemde zusters. De oudste van hen, Dieuwe geheten, stelde ze aan als procuratrix; de tweede zuster heette Jan Aertsdochter van Baeck en de derde Lijsbet van Giffen. Buijs daarentegen bleef in Utrecht maar was deze zusters zeer toegedaan en bezorgde hen alles wat ze nodig hadden. Zij stierf echter korte tijd later, in het jaar 1429, waarbij ze al haar bezittingen naliet aan de zusters.
Toen dan ook Beatrix Jacobsdochter een geestelijk habijt had aangetrokken en Geertruyt uit IJsselstein, dochter van Marten Breyl, toen zij dit zag, haar verzocht om ook te mogen intreden, waren zij vijf vrouwen sterk. Daarna werd Hadwich, mater van Almkerk, die in grote armoede leefde, vanuit het klooster van Onze-Lieve-Vrouwe in Amsterdam daarheen gezonden en bracht met haar mee: zuster Lutgard Jansdochter, zuster Lijsbet dochter van Gerrit van Ganswijck, Margriet dochter van Rutger van Wiel, zuster Heyltgen Jacobsdochter, zuster Claertgen Gerritsdochter van Geertruidenberg en Beatrix, dochter van Jan Borchgreve van Almkerk. Die heeft ze daar achtergelaten en is vervolgens naar Utrecht doorgereisd, vanwaar ze spoedig terugkeerde en een lastige zuster heeft meegebracht uit het Sint-Nicolaasconvent
Informatie over afbeelding of scan x
Informatie over afbeelding of scan
Pagina:
97r
Organisatie: Het Utrechts Archief
Uw bestand wordt voorbereid, een moment geduld alstublieft.